Vier verzetsvrouwen: Gewoon Doen en Fier Rechtopstaan
Voor dit project zijn vier vrouwen geïnterviewd die tegen de Duitse bezetter in opstand kwamen. Nagegaan wordt waarom zij precies in verzet kwamen en welke gevolgen dit had voor hun leven. Vaak wordt aangenomen dat vrouwen in het verzet voornamelijk een ondersteunende rol hebben gespeeld en vooral als koerierster actief waren. Uit de getuigenissen van Geert van der Molen, Tine Boeke-Kramer, Riete Sterenberg-Gompertz en Rachel van Amerongen blijkt dat dit stereotype beeld voor deze vier vrouwen in ieder geval niet opgaat.
Voor de communistische Geert van der Molen, die was opgegroeid in een gereformeerd schippersgezin, was de keuze voor het verzet sterk politiek gemotiveerd. De verpleegster Tine Boeke-Kramer was door de kennismaking met Joodse vluchtelingen in het verzet gerold. De seculier Joodse Rachel van Amerongen raakte betrokken bij het verzet door haar huwelijk met een niet-Joodse Surinaamse verzetsman. De doopsgezinde Riete Sterenberg-Gompertz was van Joodse afkomst en werd zo vaak opgepakt vanwege haar uiterlijk dat zij moest onderduiken. In de onderduik vervalste zij persoonsbewijzen. De andere vrouwen waren betrokken bij het maken van illegale kranten en het bieden van hulp aan onderduikers. Alle geïnterviewde vrouwen hebben in Duitse concentratiekampen kampen gezeten.


