menu

Boerinnen en boerendochters in de Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in Nederland meer dan achtduizend boerderijen verwoest, vaak inclusief de inboedel. Omdat juist de boerinnen en boerendochters veel taken in het huishouden vervulden en daardoor op een bijzondere manier verbonden waren aan de boerderij vormen zij een speciale groep van oorlogsgetroffenen. In het kader van dit interviewproject zijn twaalf gesprekken gevoerd met getuigen in Groesbeek, Mill en de Grebbelinie. De geïnterviewden vertellen over de verwoestingen tijdens de oorlog, het alledaagse leven in noodwoningen en de wederopbouw.

In het project zijn verhalen verzameld met verschillende invalshoeken: verhalen vanuit het perspectief van de tiener-boerendochter, de boerenmeid, de boerendochter die naar een pleeggezin werd gestuurd, de arbeidersdochter en de boerendochter die niet van een verwoeste boerderij kwam maar de verwoestingen en het leven in de noodwoningen in de buurtschap heeft meegemaakt. De nadruk ligt deels op de oorlogsgebeurtenissen in 1940, deels op de gebeurtenissen in 1944/45. De meeste vrouwen hebben niet eerder hun verhaal verteld.

  • Realisatie projectMeertens Instituut
  • LocatieGrebbelinie, Groesbeek
  • Onderwerpenerfgoed van de oorlog, getuigen verhalen, oral history, boerinnen
  • Masterbestanden DANS-KNAW

Dit project bevat 33 interviews