menu

Interview 04, Stanislaw Szmajzner, Sobibor Interviews 1983-1984

Project:

Sobibor Interviews 1983-1984
Realisatie project:
NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies
Tijdsbestek:
1942-1945
Locatie:
Sobibor; Polen; Brazilië
Meer projectdetails
Aan het laden...

U kunt hier naar fragmenten zoeken

Stanislaw Szmajzner (Pulawy, 13 maart 1927) kwam als vijftienjarige jongen met het eerste Sobibor transport op op 12 mei 1942 in Sobibor aan. Het gezin Szmajzner was weggevoerd vanuit het getto Opole dat in het voorjaar van 1942 geliquideerd werd.

Stanislaw, die een klein houten kistje met gereedschap had meegenomen, meldde zich vrijwillig als goudsmid. Hij toonde een gouden monogram als bewijs van zijn kunnen en werd door Gustav Wagner, de SS’er belast met de dagelijkse leiding van het kamp, in een apart deel van Lager I ondergebracht. In deze ruimte werkten ook twee schilders, onder wie de Nederlander Max van Dam, die via het Franse doorgangskamp Drancy in Sobibor terecht was gekomen. Onder kampcommandant Stangl maakte Stanislaw voor de SS’ers gouden ringen met SS-runen en monogrammen voor de handvaten van hun zwepen. Het goud waarmee hij werkte was afkomstig van de vergaste joden, wier gouden tanden en ringen hij moest omsmelten. Onder Stangls opvolger, Reichleitner, werd Stanislaw voorman van de onderhoudswerkplaats in Lager I. In zijn hoedanigheid van lasser en monteur kon hij zich in het hele kamp bewegen, behalve in Lager III, het afgesloten gedeelte waar de gaskamers waren.

Als lid van het ondergrondse comité speelde Stanislaw een belangrijke rol in de voorbereiding van de opstand, die op 14 oktober 1943 plaatsvond. Volgens het plan voor de opstand dat door de Rus Petsjerski en de Pool Feldhendler was bedacht, moest Stanislaw een poging wagen geweren uit de barak van de Oekraïeners te stelen. Volgens Petsjerski was hij voor die taak de aangewezen persoon, omdat hij zich beroepshalve in vrijwel het gehele kamp mocht bewegen en bovendien goed op de hoogte was van de barakindeling. Voor het welslagen van de opstand was Stanislaws opdracht van cruciaal belang, want zonder geweren geen opstand. Met een kachelpijp onder zijn arm vertrok de jonge Pool op het afgesproken uur naar de Oekraïense barak in het Vorlager, waar hij zich meldde met de mededeling dat hij werkzaamheden kwam verrichten. Nadat hij wat aan de kachelpijp had gemorreld, deelde hij de Oekraïense bewaker mee ook nog even de kachel in de barak na gaan kijken. Stanislaw liep naar het rek met de geweren en knipte met een tang de ketting door waarmee de wapens met elkaar verbonden waren. Uit de slaapzaal, waar juist twee jongens laarzen van de Oekraïeners aan het poetsen waren, haalde hij een deken waarin hij drie geweren wikkelde. Hij wist één van de Oekraïeners op de wachttorens neer te schieten.

Samen met de Tsjechische gevangene Kurt Thomas, die in het kamp werkte als verpleger, lukte het hem over de prikkeldraadversperring te klimmen. Na vele omzwervingen waren zij bij het dorp Izdebno twintig gewapende bandieten tegengekomen. Die hadden de vluchtelingen hun wapens afgenomen en ook al het goud dat zij bezaten. Toen de bandieten het vuur openden, lieten Stanislaw en twee andere vluchtelingen zich op de grond vallen en bleven een half uur roerloos liggen, waardoor zij aan de dood ontsnapten. Gedrieën vervolgden zij hun tocht en vonden onderdak bij een boer in Tarnawa-Duza, die bevriend was met een van Stanislaw was kameraden. Stanislaw sloot zich aan bij de partizanen.

In 1947 emigreerde hij naar Brazilië. In 1967 herkende hij daar oud-kampcommandant Stangl, die later aan de Bondsrepubliek Duitsland werd uitgeleverd waar hij tot levenslange gevangenisstraf werd veroordeeld. Ook Gustav Wagner had een veilig heenkomen in Brazilië gezocht, maar in 1978 was hij opgespoord door Simon Wiesenthal. Stanislaw kon op het politiebureau van Sao Paulo Wagners identiteit bevestigen. Uitleveringsverzoeken door de BRD en Israel kwamen te laat, want Wagner zou volgens de Braziliaanse autoriteiten in oktober 1980 zelfmoord hebben gepleegd. Stanislaw heeft altijd geheimzinnig gedaan over de ware doodsoorzaak maar liet doorschemeren dat hij er meer van wist.

Stanislaw Szmajzner overleed op 3 maart 1989 in Goiania, Brazilië.

Het interview vond plaats in Hagen, 1983.

Andere interviews over Sobibor Interviews 1983-1984