menu

Interview met Jan van Diejen, Reis van de razzia

Project:

Reis van de Razzia
Realisatie project:
Erik de Jager (Stichting Reis van de Razzia)
Tijdsbestek:
November 1944 - Juli 1945
Locatie:
Rotterdam; Nederland; Duitsland; Schiedam; Amsterdam; Zwolle; Ijssel; Wezep; Betuwe
Meer projectdetails
Aan het laden...

U kunt hier naar fragmenten zoeken

Jan van Diejen woonde tijdens de oorlog in de Cronjéstraat in de Afrikaanderwijk in Rotterdam bij een zus van zijn aanstaande. Zijn kamer in zijn ouderlijk huis had hij afgestaan aan een Joodse onderduiker. Hij voer voor de Steenkolen-Handelsvereeniging (SHV) op een sleepboot in de Waalhaven. Na het bombardement op Rotterdam werden ze gecharterd door de Nederlandse politie en het Nederlandse leger.

Toen de razzia uitbrak, had de heer Van Diejen een Ausweis. Hij wilde naar de sleepboot gaan zoals gewoonlijk, maar kwam niet verder dan het Afrikaanderplein, waar hij met ongeveer honderd man moest verzamelen. Van daaruit gingen ze naar het Feijenoordstadion, waar hij tot een uur of vijf 's middags op het veld stond. Daarna liepen ze naar de Nassaukade.

's Nachts voeren ze in het ruim van een vrachtscheepje naar Amsterdam, waar ze in een loods van een havenbedrijf werden ondergebracht en te eten kregen. De volgende nacht voeren ze in het ruim van een vissersboot naar Zwolle, het IJsselmeer over. Vanaf Zwolle liepen ze naar de kazerne van Wezep. In de kamers waar ze sliepen, stonden kachels. Overdag haalden ze briketten uit de kelders om de kachels mee te stoken.

Toen ze na ongeveer 10 dagen hoorden dat ze per trein naar Duitsland zouden worden vervoerd, heeft hij samen met een collega van de SHV afgesproken om de briketten in de kelder op te stapelen en zich daar achter te verschuilen. Duitse soldaten schenen nog met zaklantaarns in de kelders, maar zagen hen niet. Toen alles rustig en donker was, zijn ze eruit geklommen en onder het prikkeldraad doorgekropen. Tijdens de vijfdaagse voettocht terug naar huis sliepen ze bij boeren. Ze liepen met een boog om grote steden als Amersfoort en Utrecht heen. Ze staken ook een heideterrein over, wat een schietterrein bleek te zijn. In een van de dorpjes tussen Gouda en Rotterdam zijn ze nog even snel naar de kapper gegaan. In Rotterdam wachtten ze in een cafeetje tot het donker was, voordat ze naar hun huizen liepen.

Tijdens de Hongerwinter ging de heer Van Diejen op de fiets de Betuwe in. Met een paar zemen lapjes om te verkopen of te ruilen, belde hij rond etenstijd bij de boeren aan. Zo had hij een goede binnenkomer en een excuus om te blijven eten. Hij vertrok op maandag en kwam op vrijdag weer terug met wat eten voor de rest van de familie. Tijdens de voedseldroppings heeft hij een heel pakket voedsel op de kop weten te tikken.

Na de oorlog is hij eerst weer op de sleepbootjes van SHV gaan werken, waar hij reservekapitein werd. Op een gegeven moment kon hij voor de Handels Compagnie kapitein worden op een motorboot. Later werd hij machinist op een duwboot. Dat heeft hij een jaar of tien tot zijn pensioen gedaan. Hij vertelt hoe hij zijn vrouw ontmoette toen hij bij de SHV werkte.

Andere interviews over Reis van de Razzia